* BNNVARA - Bibliotheek

Bibliotheek

leestijd 3 minuten
Bibliotheek

'Zo had een liefdesgeschiedenis die zich afspeelde in de riddertijd de titel ‘Als de kantelen kantelen’.

 

Bibliotheken hebben nut. Ze helpen kinderen leren lezen.

Dat hoorde ik laatst een politicus zeggen en ik had een beetje met hem te doen. Deze uitleg doet vermoeden dat lezen een vaardigheid is die je moet beheersen zodat je later lekker beleidsnota’s door kunt ploeteren.

Lezen heeft nut, zeker. Als je kunt lezen, kun je lekker zélf bij alle verhalen.

De overwinningsroes die dat gaf, toen ik op de havo zat en tegen mijn Luther-fanaat van een geschiedenisleraar kon zeggen: ‘Maarten Luther was een antisemiet meneer.’

Zijn onbetaalbare antwoord was: ‘Hoe weet je dat?’

Waarop ik kon schermen met de knipselmap uit de Gemeentebibliotheek Vianen. Een knipselmap. Analoog internet. Kom daar maar eens om, vandaag de dag.

(Overigens was de nuancering dat Luther geen antisemiet was, maar antisemitische uitspraken had gedaan. En dat kwam dan weer omdat hij heel teleurgesteld was in de joden, en iets met de kruisiging. Maar, over kruisigingen gesproken, pin me er niet op vast. Het is lang geleden en de politiek correcte soep werd in die jaren lang niet zo heet gegeten als nu. Het was een puike leraar en ik heb veel van hem geleerd.)

De bibliotheek van mijn jeugd verhuurde ook cd. Het oeuvre van Sinatra heb ik daar geleend. Mijn populariteit op het schoolplein was te wankel om het te kopen, maar ik moest het wel hebben. Net als Brel en andere helden die lichtjaren verwijderd waren van de grunge waarop ik in het weekend danste in de jeugdsoos in Buren. 

Vaak ging ik met mijn moeder, die bij de aardige mevrouw van de bibliotheek altijd dezelfde vraag kwam stellen aan de balie. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik me ervoor geneerde.

‘Heb je voor mij misschien gewoon een lekker leesboek?’ vroeg ze dan.

EEN LEKKER LEESBOEK! Staat ze in een ruimte met duizenden, tienduizenden, honderdmiljoenmiljard boeken OM TE LEZEN vraagt ze om een lekker LEESBOEK!

Wat anders? Een rekenboek? Een telefoonboek? Djiez. (Het luisterboek was nog niet eens uitgevonden, mind you.) Terwijl ik door alle fases van de puberteit stond te gaan, glimlachte de bibliothecaresse vriendelijk en zei: ‘Oh ja, loop maar mee. Ik heb hier de nieuwste van Olaf J. de Landell.’ Olaf J. de Landell, een naam die ik later nooit meer heb teruggezien in een boekhandel, besloeg hele planken in de bibliotheek. Hij schreef romantische verhalen tegen een historische achtergrond en had een voorliefde voor woordspelingen. Zo had een liefdesgeschiedenis die zich afspeelde in de riddertijd de titel ‘Als de kantelen kantelen’, waarbij op het omslag een instortend kasteel met, jawel, vallende kantélen te zien was.

Die wilde mijn moeder wel. Oh, en ook de opvolger van die prachtige familiekroniek van, Clau, hoe heet die mevrouw ook alweer? ‘Annie Oosterbroek-Dutschun’ zei ik dan, want die was het. Ik kon beter namen onthouden dan mijn moeder, maar dat kwam ook omdat ik mezelf vermaakte met vieze ezelsbruggetjes als ‘Annie Onderbroek-Kutschun’.

Ik wens dat alle aardige mevrouwen en vervelende kinderen in bibliotheken tot het einde der tijden álle subsidie krijgen die ze nodig hebben –zelfs wanneer het geen nut lijkt te hebben.