* BNNVARA - Claudia de Breij | Herzberg

Claudia de Breij | Herzberg

leestijd 4 minuten
Claudia de Breij | Herzberg

In november krijgt ze hem pas officieel uit handen van Koning Willem Alexander, maar nu is het al bekend: dichteres Judith Herzberg wint de Prijs der Nederlandse Letteren.

Voor wie het vergeten was (ik bijvoorbeeld) misschien leuk om te vertellen dat dat een driejaarlijkse megaprestigieuze prijs is voor schrijvers uit het Nederlands taalgebied.

Nu had Judith Herzberg de P.C. Hooftprijs al eens gewonnen, maar ze kan wat mij betreft niet genoeg geprezen worden.

Dus wil ik oproepen: lees haar!

Schrijf haar gedichten over in liefdesbrieven, tweets en met een spuitbus om de muur!

Geen prijs is groter dan gelezen worden. Doe het, niet alleen om haar een plezier te doen, maar vooral jezelf.

 

Judith Herzbergs poëzie is fris, jong, wakker, wijs en dwars. Net als zij, al is ze inmiddels 83 en misschien wel eens moe maar dat merk je niet, als buitenstaander.

Laatst zag ik haar. In het Amsterdamse theater DeLaMar was die avond een hommage aan Herman van Veen. Ik zou iets zingen, zij zou iets lezen. Van Veen en Herzberg horen een beetje bij elkaar, want hij heeft veel van Herzberg gezongen, zoals bijvoorbeeld het prachtige Liedje:

 

Lieg alsjeblieft niet tegen me

niet over iets groots niet over iets

anders. Liever hoor ik het

vernietigendste dan dat je liegt

want dat is nog vernietigender.

 

Lieg niet over liefde

iets dat je voelt of iets dat je

zou willen voelen. Liever word ik

bedroefd dan dat je liegt

want dat is nog bedroevender.

 

[…]

 

Lieg niet tegen me over sterven

want zo lang we er zijn

vind ik dat toegangsloze

niet mededelen wat je denkt

erger en zo veel doder.

 

Ik stond buiten, bij de artiesteningang. Het was prachtig weer. Ik stond te beeldbellen met mijn gezin, niet omdat zij dat wilden maar omdat ik hen miste. ‘Jongens, mama wil even facetimen!’ riep mijn vrouw, mijn kinderen trokken gekke bekken in de lens terwijl ze zich afvroegen wanneer ze weer verder mochten gamen. Achter me in mijn scherm stond ineens een oudere mevrouw in wie ik Judith Herzberg herkende. ‘Jongens, ik moet ophangen!’ riep ik. De kinderen renden naar hun iPads en ik zei tegen mijn vrouw: ‘Kijk, Judith Herzberg’, alsof ik haar attendeerde op een zeldzame vogel. Judith Herzberg keek vorsend in de lens en mijn vrouw riep: ‘Okee, dag schatje, ik hou van jou!’ en ik riep dat terug en toen zij nog eens en toen zei Judith Herzberg: ‘Dat ge-ik-hou-van-jou. Dat moet de hele tijd maar gezegd worden.’ En ik dacht:

 

(Want) houden van

is gauwer gezegd

dan langer gedaan

maar soms komt het

in het donker

op gang en dan

is er verder

geen houden meer aan.

 

Want dat is ook zo mooi. Die avond scharrelden we zo’n beetje in elkaars kielzog, tot ik doodmoe (het was een drukke week) zei: ‘Ik moet eigenlijk gaan slapen. Maar de avond is nog niet voorbij. Ik wil jou eigenlijk nog zien.’ Judith Herzberg zei: ‘Je moet gewoon lekker naar bed gaan. Dat is het beste. Neem het maar van mij aan, ik ben een moeder.’

Dus ik ging. En dacht op weg naar de parkeergarage:

 

Er is nog zomer en genoeg

wat zou het loodzwaar

tillen zijn, wat een gezwoeg

als iedereen niet iedereen

ter wille was

als iedereen niet iedereen op handen droeg.*

 

*lees die vrouw. Als je een overzicht wilt hebben, begin met de verzamelbundel ‘Doen en Laten’. De geciteerde gedichten in dit stukje staan er in, maar zo veel meer moois.