* BNNVARA - Het WK maakt mij dubbel-nationalistischer dan ik dacht

Het WK maakt mij dubbel-nationalistischer dan ik dacht

leestijd 4 minuten
Het WK maakt mij dubbel-nationalistischer dan ik dacht

Het WK is inmiddels ruim een week bezig, en de wedstrijden zijn nog steeds bagger. Maar dat maakt niet uit: het gaat namelijk om de sfeer. En die sfeer wordt getekend door legio luide vuvuzela’s die het commentaar van NOS-verslaggever Jeroen Grueter overschaduwen. En een feestelijk aangekleed Moskou, verrijkt door een miljoenmiljard fans uit 32 verschillende landen. Ikzelf geniet daarom met volle teugen van het WK. Dit jaar iets meer dan voorgaande jaren zelfs. En dat komt omdat ik er tijdens de wedstrijd Tunesië-Engeland achter ben gekomen dat ik ‘dubbel-nationalistischer’ ben dan ik eigenlijk hoopte te zijn.

“Ben ik nou Nederlander?”

Mijn ouders zijn allebei opgegroeid in Tunesië. Ikzelf ben hier geboren in Nederland en behoor tot de generatie kinderen van ouders uit niet-Westerse landen uit de jaren negentig. Met twee nationaliteiten. Dezelfde generatie die in veel opzichten tussen wal en schip valt vanwege een bi-culturele opvoeding. Thuis gelden dan vaak de normen en waarden van de ouders, en in de buitenwereld die van Nederland. Dit zorgt in sommige gevallen voor een identiteitscrisis. Een crisis die veel verschillende vormen kan aannemen. “Ben ik nou Nederlander of <voeg-hier-naam-van-willekeurig-land-waarvan-mensen-denken-dat-het-bij-uitstek-in-Afrika-ligt>?”. Of “welk team moet ik nou aanmoedigen tijdens het WK: het land van mijn ouders of Nederland?”.

Ik ben beide vraagstukken ruim gepasseerd. Ik relativeer best veel en dan kom je er op een gegeven moment toch achter dat dingen als afkomst en nationale loyaliteit triviaal zijn. Het is 20-fucking-18, man. We zijn in staat satellieten vijfhonderd keer in een poep en een zucht in baan rond de aarde te laten gaan. We kunnen binnen een dag tijd aan de andere kant van de wereld zijn en de weg terugvinden door middel van een GPS ter grootte van een neuspiercing. De wereld is een giga-speeltuin, en dan maken wij ons zorgen om de loyaliteit aan een land? Rot op! Ik ben een mens, boven al het andere. En tijdens het WK kan het mij vrij weinig schelen wie er wint, zo lang ik maar een serie mooie wedstrijden te zien krijg. Dat laatste leek zo vast te staan als een huis. Tot afgelopen maandag, toen Tunesië tegen Engeland speelde.

Dubbel-nationalisme 

De wedstrijd begon met een onherroepelijke aanval van de Engelsen. De ene na de andere voorzet volgde, en de Tunesiërs werden al in de eerste tien minuten in een hoek geduwd. Ik wist het al: dit wordt een wedstrijdje uitzitten. Het leek werkelijk nergens op. En ik was beslist niet de enige die zich ergerde. Links van mij zat een verhitte vader, die bij ieder schot op doel in het Arabisch ging schelden. Rechts van mij zat mijn broertje, die allesbehalve blij keek. En mijn moeder, die pas vanaf minuut dertig erachter kwam dat ze het verkeerde team aanmoedigde. 

De sfeer was op z’n minst grillig te noemen. Te meer omdat ik op een gegeven moment met de gekte meedeed! Ik begon mij steeds meer te ergeren aan het Engelse spel en kreeg steeds meer sympathie voor de Tunesiërs. En toen brak ineens de 35eminuut aan: Tunesië kreeg een penalty toegewezen. Op dat moment vlogen de koranboeken bij ons thuis open en signaleerden seismologen een spontane aardbeving in Tunesië door alle hoofden die ineens op de grond gingen tijdens het bidden. Boem, een knetter van een schop volgde en het werd ineens 1-1! Pak aan, Engeland! Het WK-gevoel keerde weer terug in huize Youssefi. Totdat de negentigste minuut aanbrak en Harry – fucking - Kane scoorde. VOOR DE TWEEDE KEER. BARST! 

Na afloop stormde mijn familie de huiskamer uit, en ik bleef achter om de boel even op een rijtje te zetten. Ik stond namelijk versteld van mijn negentig minuten durend nationalisme. Ik werd tijdens deze wedstrijd ineens zoveel gevoeliger voor wedstrijdclichés en overtredingen dan bij andere wedstrijden. Waar ligt dit nou aan? Komt het omdat ik stiekem toch een diepgewortelde liefde koester voor het land van mijn ouders? Heb ik een Engeland-fobie? Heb ik ineens een teringhekel aan het Engelse team? 

Ik denk dat het toch een loyaliteitsdingetje is. Als ik zie hoe erg mijn familie geraakt is door het slome spel van Tunesië, kan ik niet anders dan mijn empathiemotor aanzetten en met ze meeleven. En als dat ook een vorm van nationalisme is, dan ben ik daar heel erg blij mee. Want ja, gaat het daar eigenlijk niet om? Een gedeeld sentiment onder een groep gemeenschappelijke mensen? 

In ieder geval, op naar de volgende wedstrijd.