* BNNVARA - Hoe bestrijden we kinderarmoede in Nederland?

Hoe bestrijden we kinderarmoede in Nederland?

leestijd 3 minuten

Prinses Laurentien wil met 150 organisaties een einde maken aan kinderarmoede in Nederland. De ouders van die kinderen zijn dankbaar én kritisch.

‘Eigenlijk is het allemaal pleisterplakken’, zegt Selima Rendes nadat Jeroen Pauw met Prinses Laurentien een paar initiatieven heeft opgesomd die kinderarmoede in Nederland moeten bestrijden. Laurentien is één van de initiatiefnemers van de alliantie Kinderarmoede (een club van 150 bedrijven, instellingen en stichtingen).

400.000 kinderen
Het probleem kinderarmoede is in Nederland groot: bijna 400.000 kinderen en jongeren groeien op in armoede. Eén op de negen kinderen gaat met honger naar school, of heeft geen geld voor sporten of kleding. Moeten we ze eten, sportlessen of kleren geven; wordt daarmee iets opgelost?

Dan komen we bij de pleister van Selima. Ze zit met drie andere arme ouders bij Pauw. Selima is ervaringsdeskundige op het gebied van armoede: haar ouders hadden geen geld voor vaste lasten, want ze waren drugsverslaafd. ‘Ik merkte op de basisschool dat het er bij ons thuis anders aan toeging dan bij een ander. Ik durfde geen vriendjes en vriendinnetjes mee naar huis te nemen. Dat gaf wel schaamte.’

Voor haar vijf kinderen wil ze een ander leven, ook al is zij óók arm. ‘Ik probeer juist niet de situatie te creëren waar ik vroeger zelf in heb gezeten. En daar doe ik het ook voor, om steeds maar een stapje verder te komen. Ik heb écht in armoede gezeten, bij mijn jongens wil ik alleen maar dat ze verder komen dan ik.’

Zelf regelen
Hoe krijg je dat voor elkaar? Peter Kamp uit Zwolle (vader van twee kinderen van acht en elf jaar) kan het op dit moment niet zelf oplossen en daar zit de pijn. ‘Omdat al het geld dat je in het gezin hebt, opgaat aan de vaste lasten. Ik heb de kinderen waar ik zorg aan moet verlenen, dus ik kan niet fulltime aan de slag. En met twintig uur in de week werken kan ik niet een fatsoenlijk inkomen behalen.’

Peter vertelt over de armoedeval waarin hij terechtkomt zodra hij zelf uit de situatie probeert te komen. ‘Als ik actief meer geld ga verdienen, dan moet ik eerst door een heel diep dal. Want ik raak de collectieve zorgverzekering kwijt, plus de kwijtschelding en de cadeautjes die er dan voor een bepaalde doelgroep zijn. Jeugdsportfonds, dat soort dingen, die raak ik allemaal kwijt.’

‘Bijstand, samenwonend, is ongeveer 20.000 euro, met alles erop en eraan’, legt Peter uit. ‘Pas bij de 35.000 a 40.000 euro ben ik weer uit die armoedeval.’ Die weg is lang, met twee kinderen – ook omdat die kinderen Peter ook thuis nodig hebben. ‘Voordat ik over die grens ben dat er eindelijk weer een paar euro in het gezin terechtkomt, moet ik echt fulltime aan de bak. En dat gaat ten koste van de kinderen en dat kan niet. […] Als je het wettelijk minimumloon verhoogt, kan ik die schulden zelf afbetalen! Dan hóef ik de kwijtschelding niet meer aan te vragen. Individuele inkomenstoeslag hoef ik dan niet meer te hebben. Ik kan het zelf regelen met mijn kinderen.’

Tunnelvisie
Eline Zeelenberg (ze heeft een zoontje van vier) ziet ook veel projecten op het gebied van armoedebestrijding als pleisterplakken. ‘Maar we zijn ook dankbaar voor zulke kleine pleisters. Maar naast het pleisterplakken is het ook belangrijk om aan de voorkant iets te doen. Een kind is niet alleen arm; er is een heel gezin arm. En waarom is dat? En wat is er dan preventief nodig om dat te voorkomen?’

De systeemverandering die nodig is, zal niet iedere arme ouder onderkennen. Selima: ‘Sommige ouders die zo arm leven, hebben dat beeld helemaal niet. Want zij zitten in een tunnelvisie, zij kunnen helemaal niet zo ver vooruit denken.’ Eline: ‘Want je bent eigenlijk dag na dag aan het overleven. Iedere dag ben je aan het onderzoeken: welke rekening betaal ik deze maand en welke kan ik nog even laten liggen tot een aanmaning?’