* BNNVARA - Moeten we elkaar aanspreken op online haat?

Moeten we elkaar aanspreken op online haat?

leestijd 5 minuten
Moeten we elkaar aanspreken op online haat?

Foto: zangeres Glennis Grace maakt anti-online-haat-gebaar, in Make Holland Great Again

In Make Holland Great Again vraagt Sahil Amar Aïssa aandacht voor online haat. Met gekruiste armen maken verschillende BN’ers een statement tegen deze negatieve reacties. Helpt het als we elkaar erop aanspreken?

De haat begon rond de 'kaboutertijd,' zegt vlogger Bibi Breijman. Ze deed in 2010 mee aan het programma Oh Oh Cherso en had daar de bijnaam 'kabouter.' Online kreeg ze het direct te verduren.

Ze zou lelijk zijn.
Ze zou een vieze moedervlek hebben.

'We moesten voornamelijk dood', zo blikt ze terug in de eerste aflevering van Make Holland Great Again. Wat is dat toch met dat ongeremde gedrag op het web? Volgens hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange missen we op sociale media de correctie die je vroeger op het dorpsplein wel kreeg. ‘Die correctie hebben we nu nog niet. Als mens word je nauwelijks aangesproken op je reacties. Terwijl dat heel goed werkt. We zijn gevoelig voor de veroordelende blik van een ander, en die hebben we niet op sociale media.’ 

Mentale pijn
Wie denkt dat haatreacties zonder gevolg zijn heeft het mis. Paul van Lange geeft aan dat haatreacties veel doen met een persoon. ‘Anders dan fysieke pijn gaat mentale pijn, veroorzaakt door haat, niet zomaar over. Je blijft erover piekeren, het is veel minder goed beheersbaar.’ Ook Bibi Breijman geeft aan dat zij veel moeite heeft met de reacties: ‘Je gaat heel erg aan jezelf twijfelen. Je wordt heel onzeker. Je probeert je ervoor af te sluiten. Maar helemaal kan dat niet, want je bent ook gewoon een mens en je leest de reacties ook. Ook al denken de haters soms dat het niet bij je aankomt.’

Mensen zijn echte groepsdieren die het belangrijk vinden binnen een groep te horen. Wanneer er een bedreiging van buitenaf, bijvoorbeeld een haatreactie, binnenkomt zien we dit als een dreiging. Maar er bestaat ook nog een duidelijk verschil tussen gewone haat en online haat: het is namelijk veel zichtbaarder. ‘Haat op sociale media is extra bedreigend omdat het ook je reputatie aantast. Je weet dat er iets negatiefs over je wordt verteld en je weet niet hoe dat in de toekomst uitpakt, hoe groot het wordt.’ 


Missie: stop online haat, met Bibi Breijman (Make Holland Great Again, afl. 1)

Sociale fuik
Nederlandse Facebook-gebruikers zijn berucht om de hoeveelheid en intensiteit van haatberichten die zij op het medium plaatsen, zo meldde Joop in 2018. Nederland valt met zo’n 8000 haatdragende, discriminerende en racistische berichten hoger uit dan veel Zuid-Europese landen. Wanneer mensen niet worden aangesproken op hun gedrag gaat dit volgens Paul van Lange steeds verder. ‘Het is een soort sociale fuik. Mensen gaan steeds verder in negatieve communicatie. Want dat trekt de aandacht. En als ze dan ook nog waardering krijgen voor hun reactie, in de vorm van een like, krijgen ze nog meer aandacht. Dan krijgen mensen het idee dat anderen het met ze eens zijn.’

Volgens Van Lange is de emoji-actie van Sahil een heel goede manier om deze correctie aan te brengen in de onlinewereld. ‘Dit is een versterking van een norm die al leeft in de samenleving. Vooral wanneer de mensen die je hoog in aanzien hebt iets afkeuren, reageren mensen daar sterk op. Het is bij het terugbrengen van die norm heel belangrijk dat op het moment dat iemand zo’n reactie plaatst, deze persoon meteen ziet dat anderen dit afkeurenswaardig vinden. Hoe sneller hoe beter. Dan word je persoonlijk afgekeurd op je reputatie. Dat vinden mensen onprettig.’

Met de komst van sociale media is er een nieuw platform voor haat ontstaan. De reden dat mensen juist sociale media gebruiken voor haatdragende berichten is volgens de Amerikaanse onderzoeker John Suler te verklaren aan de hand van zes kenmerken.

  1. Anonimiteit: het internet is heel anoniem. Een gebruikersnaam of een profiel hoeft niets prijs te geven over de ware identiteit van de persoon achter een opmerking. Waar je in het echte leven mogelijk kan worden aangesproken door je sociale kring, kan je na het plaatsen van een haatreactie gewoon de volgende dag op je werk verschijnen zonder dat iemand je ergens op aanspreekt. 
  2. Onzichtbaarheid: het web is zo groot dat mensen denken dat zij niet opvallen in deze drukte. Ze zijn een van de vele miljoenen gebruikers van sociale media. 
  3. Niet synchroon: Een gesprek op sociale media is vaak niet synchroon. De ene gebruiker kan iets plaatsen, waarna de andere gebruiker pas enkele uren later reageert. Anders dan in een gesprek, waarin je direct reactie krijgt op een opmerking. 
  4. Enkel eigen waarneming: op sociale media creëert iedereen zijn eigen wereld, waarin hij of zij uitingen van anderen op zijn eigen manier interpreteert. Hierdoor kan een persoon minder geremd zijn in wat hij zegt of zelfs versterkt worden. 
  5. Internetidentiteit: veel mensen zien hun online-identiteit los van hun eigen persoon. Ze nemen in het echte leven dus ook geen verantwoordelijkheid voor hun ‘online-daden’. 
  6. Minimalisering van autoriteit: autoriteiten verliezen online hun natuurlijke gezag. Iedereen is bereikbaar, heeft een gelijke stem, en is beter benaderbaar. 


Sahil Amar Aïssa praat met expert Paul van Lange over (online)haat.

Kijk/lees/luister verder 
Artikel: Wat doen haatreacties met je? 
Artikel: Facebook-moderator: Nederland is het land van de haat (Joop)