* BNNVARA - Wat maakt een pride song tot een pride song?

Wat maakt een pride song tot een pride song?

leestijd 7 minuten
Wat maakt een pride song tot een pride song?

Van Diana Ross 'I’m Coming Out' tot Gloria Gaynors 'I Will Survive' tot Lady Gaga’s 'Born This Way' tot Bronski Beats 'Small Town Boy': waarom zijn nou juist deze songs de paradenummers van lhbtqi’ers geworden?

Sneue genoegens der mensheid, aflevering 1023. Je rijdt in je auto met de playlist vol op de lawaaidoofstand. Dat ene extra lekker rockende nummer begint – en je hebt enorme aandrang je raam open te draaien. Je wilt dat anderen dit horen. Want dit is jouw goeie smaak, en dat wil je weten. De stoerheid van het nummer straalt ook op jou af. Dit bén jij.

Popmuziek is een identiteitsmachine van jewelste. Je kan je als het ware helemaal kleden in een nummer – je identificeert je met de artiest, met zijn poses, stijl, uiterlijk; je kan opgaan in de tekst, zwelgen in het liefdesverdriet of meeblèren met self-empowerende slogans; met de muziek kan je iets onbenoembaars vertellen over jezelf of hoe je jezelf graag ziet, als een romanticus (Springsteen), als cutting edge (New Order-remix uit ’87), gezellig (Hazes), vrolijk (Charli XCX), onverslaanbaar (AC/DC). Je kan je er onderdeel mee voelen van een groep, met je muzikale geestverwanten, op een festival of in de club, of, al naar gelang je pet staat, juist laten zien hoezeer je een individu bent door quasi-kotsend richting de bar af te taaien bij dat flauwe clichénummer waar iedereen op aanslaat (Hazes again).

Dat popmuziek een grote rol heeft gespeeld in de emancipatie van de lhbtqi'ers ligt dan ook voor de hand. Want emancipatie gáát nu eenmaal over identiteit. In een maatschappij die je op heviger of net wat minder heviger manier ‘minder’ vindt – en make no mistake, dat is ondanks alle tolerante gezelligheid nog steeds zo, ook in Nederland – moet je op zoek naar je eigenwaarde, naar wie en wat je bent, en naar een mate van tevredenheid daarmee.

Het beste van… Pride Songs, zaterdagavond op NPO 3, is er dan ook snel uit met een lijstje queer anthems, homo-, lesbo- en overig niet-heteroseksueel geaarde kneiterhits die iedereen en zijn grootmoeder zal herkennen als nummers die een grote rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de gaymancipation, van Diana Ross 'I’m Coming Out' tot Gloria Gaynors 'I Will Survive' tot Lady Gaga’s 'Born This Way' tot Bronski Beats 'Small Town Boy'.

Zeker omdat er zo’n lijn in al die nummers lijkt te zitten dringt de vraag zich heel erg op: waarom zijn nou juist deze songs de paradenummers van het lhbtqi-smaldeel geworden? Wat maakt een pride song een pride song?

Eén antwoord ligt voor de hand: de nummers bevatten tekstueel een hart onder de riem voor gays, bedoeld of onbedoeld. Maar daarmee ben je nog niet in de buurt van een verklaring – niet omdat lang niet alle gay anthems een tekstueel empowerende boodschap bevatten, maar ook omdat er nog ándere rode draden lopen door de gaymuziek: die van vet aangezette dansmuziek. Die van een ontegenzeglijke voorkeur voor dramatische diva’s en die van een licht op de zenuwen werkende hang naar, verschrikkelijke woord, ‘fout’. Je zou bijna denken dat je bij je aangeboren geaardheid een aangeboren muzieksmaak cadeau krijgt.

Maar dat is niet zo – het is de cultuurgeschiedenis, stupid. Waarbij direct moet worden aangetekend dat de vermeende lhbtqi-muzieksmaak zwaar bepaald is door gay-mannen, omdat die vanaf de jaren 70 nu eenmaal een enorm stempel hebben gedrukt op de lhbtqi-emancipatie.

De geschiedenis van de disco heeft daarbij grote invloed gehad op wat in de communis opinio als ‘gay muziek’ wordt gezien. In het New York van de jaren 70, waar na de rellen rond de gaybar The Stonewall In de homo-emancipatie in een stroomversnelling was gekomen, speelde het gayleven zich in groeiende mate buitenskamers af. Met die toegenomen zelfverzekerdheid kwam er een groeiende vraag naar uitgaansgelegenheden, óók onder de zwarte- en latino-gays – maar bepaald veilig was de stad toen niet voor gemarginaliseerde groepen. Een geniale feestjesorganisator, David Mancuso, hield strikt besloten feestjes in zijn loft, waar alle gezindten in veiligheid bijeen konden komen, dansend op obscure Afrikaanse hits, latino, Amerikaanse soul met vierkwartsmaat, hij draaide alles door elkaar, en uit die aanstekelijke mix ontstond disco. Het was tegelijk de geboorte van de dj-cultuur – New Yorkse dj’s ontdekten hoe je met aan elkaar gemixte nummers het publiek tot grote, geilige hoogten kon stuwen – en al die dj’s uit de beginjaren waren bij Mancuso’s feestjes geweest. Gays werden daardoor ook gezien als het hipste publiek – je platen probeerde je het eerst uit in de gay clubs. Tegelijk werden gays ook voor het eerst gezien als een commercieel interessante doelgroep – veel disco werd nauwelijks verhuld, in tekst, outfits, en hijgerigheid, op gay-mannen gemarket. Van The Village People was er maar één echt homo, de indiaan, maar de gecodeerde fetisj-kleding en dubbelzinnige teksten waren ondubbelzinnig voor een gay-publiek bedacht.

Zangeressen vertolkten in dit semi-vrijzinnige schemergebied tekstueel vaak de strijdbaarheid die gay-mannen op zichzelf konden betrekken. Ross 'I’m Coming Out' werd door Nile Rodgers en Bernie Edwards geschreven nadat ze een paar drag queens Ross hadden zien imiteren, en zagen het nummer als een goede morele en commerciële gelegenheid om aansluiting te zoeken bij haar gaye achterban.

Met Ross gigantische haardos, dramatische jurken en zuchtend-vrouwelijke maniertjes werd een verband zichtbaar tussen de gay en de diva. Diva-adoratie maakte al sinds jaar en dag onderdeel uit van de gay sensibility. Die voorkeur houdt – zeer kort door de bocht samengevat – verband met hoe jochies die later gay blijken opgroeien. Kinderen maken op zeer jonge leeftijd een imitatiefase door, waarbij ze alles nadoen wat beweegt; tekenfilmfiguren, vaders, moeders, popsterren, waarbij de sekse van de geïmiteerde hen niks uitmaakt. Tot ze dat vlak daarna afleren – kinderen gaan zich rond hun spelvoorkeuren groeperen, de jongens bij de ravottende jongens, de meisjes bij de sociale spelletjes spelende meisjes. Door de druk van de groep leren meisjes meisjesgedrag en jochies jongensgedrag – behalve veel jochies die later tot gays zullen opgroeien, zo wijst onderzoek uit. Die spelen vaak liever met meisjes, omdat ze bijvoorbeeld minder graag vechten en ravotten. Het imiteren van vrouwelijke rolmodellen wordt bij hen niet in de kiem gesmoord – totdat ze later alsnog van ouders, televisie, speelgoedindustrie en de complete maatschappij leren dat dat niet hoort, en ze gedrag dat als vrouwelijk wordt gezien moeten onderdrukken. Vervolgens komen ze op hun 16de, 17de, 18de uit de kast, leren ze andere gays kennen, en is de overgave aan Gaga, Ross en Gaynor een bevrijding, een vorm van onderlinge herkenning, een gemeenschappelijk gedeeld plezier.

En zo zijn de schijnbare gayvoorkeuren – dance, diva’s, derrie – de min of meer toevallige uitkomst van hoe een maatschappij gays in een hoek drukt, en van de manieren waarop gays zich in de loop der decennia uit die hoek hebben kunnen vechten, en als verdrukte groep bevestiging bij elkaar zoeken. Én van hoe de mainstreamgemeenschap de gays aan de borst drukt, als handzame, in hokjes te plaatsen knuffels die van foute discodiva’s houden.

Het is de tragiek van de emancipatie – de drang om tegen het onderdrukkende cliché van heteroseksualiteit in te gaan resulteert in een cliché van gayness. Er is hoop: juist in de heavier hoeken van de hiphop is de laatste jaren een aantal boeiende gay-artiesten opgestaan – en Lil Nas X, van de gigantische hit ‘Old Town Road’, maakte onlangs ook bekend op jongens te vallen. Op weg naar de popmuzikale eindoverwinning: dat lhbtqi- en heteromuziek een volstrekt niet-bestaand onderscheid blijkt.

Dit artikel verscheen eerder in de VARAgids